Duct Tape

Ze draagt een makkelijke broek en een comfortabel fleecevest. De tassen zijn gepakt. Een grote backpack en een kleine schoudertas. Inpakken is voor haar een routineklus. Toch zit ze nu weer op haar hurken, frommelt ze aan het cijferslot en ritst ze de backpack open, terwijl deze net dicht was. Een rol duct tape moet nog mee. Haar reizend leven is niets zonder duct tape: om koffers en tassen mee te repareren, een scheur in een rokje te dichten of sneakers tijdelijk waterdicht te maken.

Zo dadelijk vertrekt ze naar Schiphol en vliegt dan naar Cuba. Alleen.  Het vooruitzicht om ongestoord tien uur lang in het vliegtuig te kunnen soezen is aantrekkelijk. Dat is wel eens anders. Pas morgen komt de groep aan, dus ook bij aankomst heeft ze nog even rust. Morgen begint het veertiendaagse ‘rondje Cuba’. In een hobbelige bus het eiland over: van de salsa workshop in Havana, via de sigarenplantages, de Bacardí-fabriek en het mausoleum van Che Guevara naar de witte stranden. Met veertig Hollanders in een bus. Het is haar taak om ze heelhuids over het eiland te loodsen en na twee weken weer op Havana airport af te leveren.

En daarvoor is duct tape onmisbaar. Want in Cuba hangt alles wat beweegt van touw, pleisters en paperclips aan elkaar. Duct tape is lokaal niet te koop, maar verbindt wel alles wat aan elkaar verbonden moet worden. Duct tape is voor elke onderhandeling waarbij er gehosseld moet worden. Een extra rol kan geen kwaad.

Onze reisleidster heette Zara maar ik noemde haar ook wel de alwetende verteller, of ‘het orakel’ want mijn God wat wist die vrouw veel. De geschiedenislessen over de Cubaanse revolutie waren er niets bij. Ze ratelde maar door over de oorspronkelijke bewoners, het slavernijverleden, de plantages, de invasie, het communisme en de rebellen en uiteraard over Che en Fidel, die je overigens op elke straathoek tegenkwam ‘hasta la victoria siempre’. Met al die verhalen probeerde ze de ellende van die reis een beetje te verbloemen. Want na zes dagen bonen met rijst is bij mij de culinaire uitdaging er wel een beetje af. Ook was ik helemaal lek gestoken door de muggen. En dan die gammele bus. Zeker drie keer per dag stonden we stil, dan wel omdat er ergens aan de bus iets begon te klapperen, dan wel omdat er rook onder de motorkap vandaan kwam. Meerdere keren stond ik met de hele groep in afritsbroeken en insecten-werende shirts met lange mouwen in de berm te wachten totdat zij en Pablo, de chauffeur, met paperclips en duct tape de boel weer gefixt hadden. Die duct tape had ze speciaal voor dit doel meegenomen uit Nederland.

Op een stille weg met gaten in het afvalt doemde een provisorische wegversperring voor ons op. Twee Cubaanse politieagenten hielden de bus tegen. Als we door wilden moesten we betalen. En flink ook. Ik hielp met de inzameling en iets later wapperde Pablo met onze verschillende valuta, maar de agenten riepen ‘más, más’, ‘meer meer’.  Het zag er somber uit. Totdat onze redder in nood Zara uit de bus sprong en de agenten haar rol duct tape aanbood.  De wegversperring werd aan de kant geschoven en we mochten doorrijden. In Cuba hossel je met duct tape.