Agnes

Ze bracht haar hand naar haar neus en rook eraan. Voorzichtig pelde ze de buitenste, bruine blaadjes eraf en stopte het spruitje terug in haar oor. Vanachter de bar keken wij toe. Het spruitje leek de muziek niet te dempen want ze tikte met haar bruin leren schoen ritmisch mee op de moderne panfluitmuziek. In een teug slobberde ze het glas bier leeg en zette het Grolsch glas terug op het viltje van Brouwerij ‘T IJ. Het zwarte formicatafeltje wiebelde maar hield het net. Bierschuim liep vanuit haar mond, over haar kin, langs haar paars-grijze bloemetjesjurk op de stoel. De stoel had zijn beste tijd gehad. Uit de leuningen kwam het binnenste naar buiten. De plant naast de stoel had ook zijn beste tijd gehad maar groeide gestaag door en moest nu met een zeemanstouw met een knoop aan een haak in het plafond omhoog gehouden worden. Ze had haar stok naast de plant in de pot gezet, alsof het een tweede plant was, een zielig exemplaar zonder blad. Ze riep om bier, naar niemand in het bijzonder, alsof wij haar bedienden waren. Dat ze om bier vroeg was een gok, ze maakte een plofgeluid met haar lippen en daarna volgde een langgerekte i. Niemand van ons reageerde. Ze draaide zich half om, hield zich daarbij vast aan de stok in de plantenbak en wees op de grote gele Grolsch lichtbak achter haar. ‘Biiiiiiiiiii,’ klonk het nog harder in een soort lage bas. Ze draaide terug en keek ons aan. Ergens uit een zak van haar jurk haalde ze een verfrommeld biljet van 50 euro en legde het naast het lege glas. Joost ging achter de tap staan en schonk een biertje in. Hij liep naar haar toe, verwisselde het lege glas voor het volle, pakte het biljet en stopte het in zijn kontzak.

Boven liepen de lessen ten einde. De studenten stroomde het café binnen, vroegen om bier, koffie, wijn, spa en de daghap. We zetten de muziek harder, de verwarming lager.

In de kleine zithoek ontstond tumult. Op de donkere kringloopbank met felblauwe kussens zaten twee meisjes met blond haar, identieke zwarte All Stars, broeken met gaten en slobbertruien. Ze riepen met hun schrale studentenstemmen en rollende r-en en wezen naar de oude, grijze dame die naast hen in de stoel hing. Hing, ze zat niet meer. In haar linkerhand, die steunde op de kapotte leuning, een leeg glas. Het bier druppelde in de plantenbak. Haar lichaam helde naar rechts, in een onnatuurlijk knik. Als in slow motion zakte ze van de zitting op de grond. Haar ogen bleven ons volgen. Wij stonden en keken en deden niets. De muziek sloeg een maat over. Ze sloot haar ogen, de laatste slokken bier gutsten uit haar mond. Een klein, groen bolletje rolde uit haar oor, over de houten vloer, richting de deur.