Soms, is iets heel ergs toch iets minder erg dan dat ik het mij had voorgesteld. Zo las ik op een website ‘Door een scooterongeluk werd Sanne negentien meter.’ Ik zag een gruwelijk verkeersdrama voor me waarbij ene Sanne op wonderbaarlijke wijze van haar scooter werd getrokken en daarmee werd uitgerekt tot reusachtige proporties. Als een elastiek, strakgespannen en steeds langer wordend, tot ze net niet knapte. En ze bleef zo, het elastiek schoot niet terug in de oude vorm. Sanne zou als een enorme spaghettisliert door het leven moeten. Elke deurpost en elk huis te klein, nooit meer normaal kunnen shoppen en geen vent die haar nog wilde. Sanne zou een bezienswaardigheid worden in het circus.
Later bleek dat er in de titel van het bericht een woord was weggevallen. De eigenlijke titel was ‘Door een scooterongeluk werd Sanne negentien meter meegesleurd.’ Ook heel erg vreselijk natuurlijk, maar Sanne hoefde haar dagen bij nader inzien niet in het circus te slijten.
Als klein kind hoef je nog niet alles te weten, de grote ellendige dingen blijven je nog even bespaard. Op een grote-mensen-verjaardag viel het woord verkrachting.
‘Mama, wat is verkrachting?’ vroeg ik.
‘Dat leg ik je nog weleens uit als je groot bent.’
In de kamer gingen de gesprekken verder. Over de verkrachting van de onbekende vrouw uit de krant. Over de buurman die ‘van het padje was’ (terwijl ik hem gewoon op het tuinpad zag lopen) omdat zijn vrouw in een volautomatische rolstoel zat en niets meer zelf kon. En over mijn oom die bij de brandweer zat en de houdgreep kon en dat dat heel moeilijk was. Ik begreep dat een verkrachting iets was wat vooral vrouwen overkwam en dat mannen over het algemeen de daders waren. Ik zag voor mij hoe een vrouw door een grote, sterke man met enorme spierballen in de houdgreep werd genomen. Die sterke man pakte haar zó stevig vast dat de vrouw al haar kracht verloor. Hierdoor werd ze helemaal slap en belandde ze in een volautomatische rolstoel. Het zou nooit meer goed komen. Ze zou de rest van haar leven gevoerd moeten worden en er kwam altijd kwijl uit haar mond.
Toen mij een paar jaar later verteld werd wat een verkrachting écht inhield, was mijn eerste reactie: ‘Oh, dus na afloop kan de vrouw gewoon weer opstaan en weglopen? En ze hoeft niet de rest van haar leven slap en kwijlend in een volautomatische rolstoel te hangen? Dan valt het best wel mee.’
