Ziek

Elke vrouw met een man, vriend, vader, broer of zoon weet: een zieke man is zieker dan een zieke vrouw. Een zieke man is ook zieliger dan een zieke vrouw. Een zieke man is een man van weinig woorden. Een compacte beschrijving van zijn ziekte volstaat; ‘ik ga dood.’ Al valt dat in de meeste gevallen reuze mee.

Men neme een buikgriepje. De vrouw kijkt wat pips uit haar ogen. Ze snelt naar het toilet, kotst de laatst gegeten maaltijd uit, trekt door, neemt een slokje water uit het fonteintje, slaakt een zucht en gaat weer aan het werk. De man gaat piepend en hoestend in bed liggen in een kamer met de gordijnen dicht. Kreunend vraagt hij de vrouw om een kopje thee, een emmer voor naast het bed en de afstandsbediening. Een of ze ook even zijn werk af kan bellen. De eerste paar dagen blijft hij zo liggen, murmelend; ‘ik ga dood.’

Een vriend heeft griep. Het heerst. Hele volksstammen mannen liggen in donkere afgesloten kamers te rochelen. Zo ook mijn vriend. Hij is heel zielig en hoest de longen uit zijn lijf. Na enkele dagen besluit hij met zijn laatste krachten de dokter te bellen.
‘Dokter ik ben ziek. Ik moet zo hard hoesten dat ik zelfs moeite heb met adem halen. U moet echt komen want ik ga dood.’
Na een korte stilte en een hoorbare zucht antwoordt de dokter; ‘Ach wat vervelend…, dit is een kwestie van uitzieken. Maar bel gerust nog eens terug als u écht geen adem meer kan halen.’