Voor een snelle boodschap loop ik de kleine supermarkt binnen. Ik pak een lichtblauw mandje van de stapel en betreed het kant-en-klaar-pad. Achter mij hoor ik een klein tumult als een grijze man, met slobberend pak en een lange zwarte jas de winkel betreed en luid ‘halloooo, hallo!’ roept. Ik sta stil voor het kip-schap. Er zijn vele soorten kip, zelfs in deze miniwinkel is de kipkeuze enorm. De rijzige man, met iets gebogen rug als een Atlas, komt naast mij staan en groet ook mij met een overdreven ‘hallo, hallo, hallo’. Ik kijk de burgermeester van Amsterdam aan en moet hardop lachen.
‘Waarom lach je?’, vraagt hij.
‘Omdat u als een soort Sinterklaas al roepend en wuivend de supermarkt betreedt.’
‘Dat doe ik expres. Als ik in stilte een winkel binnenloop, gaan mensen fluisteren en achter mijn rug om hoor ik ze zeggen dat ze me herkennen. En ik hou niet van de geheimzinnige gedoe. Als ik zelf de aandacht op mij vestig, doet iedereen redelijk gewoon. Maar goed idee!’
‘Idee?’ vraag ik terwijl ik kies voor gemarineerde kipstukjes.
‘Ja, volgende keer zet ik er mijn mijter bij op!’
