De was doen

Het is zondag en op één ding na heb ik het hele huishoudelijke to-do lijstje afgewerkt. Ik moet alleen nog de was doen. Ik hou van de was doen. De was doen is de perfecte to-do voor de zondagmiddag.

Lees verder

Alsof ik een kip verloor

Iedereen die mij ook maar een beetje kent, weet dat ik het minstens negen maanden per jaar koud heb. Pas boven de 30 graden kom ik tot leven. Daarom draag ik een dekbed: zo’n dikke, donzen jas waar ik bijna helemaal in verdwijn. Het is geen fashion statement, ik heb het gewoon koud.

Vorige week liep ik in mijn dekbed op straat. Langs een hekje in Amsterdam-Zuid stond een bakfiets geparkeerd. Ik liep er net te dicht langs. Iets scherps stak uit. En met een kort krasgeluid trok het een winkelhaak in mijn jas. De lichte ‘poef’ die daarop volgde veroorzaakte een explosie aan veren. De inhoud van mijn gehele jas dwarrelde als zachte sneeuw om mij heen. Het was alsof ik een kip verloor op straat.

Misschien was dit het teken dat ik een ‘volwassen’ jas moet gaan dragen. Ik heb er een in de kast hangen. Zo’n mooi wollen exemplaar in zachte grijstinten waarin je naar de bank gaat om een lening aan te vragen. Maar die is niet warm genoeg. Dus na een vroege rit op de fiets in een temperatuur van net onder nul, stond ik drie uur onder de hete douche om weer te ontdooien. Ik heb weer een nieuw dekbed besteld.

Lees verder

Corona in het IJ

Met mijn ogen ga ik golf voor golf over het IJ. Van de De Ruijterkade tot aan de I amsterdam letters aan de overkant van het water. En weer terug. Ik speur het water af totdat ik het denk te zien: een klein dun buisje dat iets boven het water uitsteekt. Zo klein en zo dun, dat ik eigenlijk niet met zekerheid kan zeggen dat ik het gezien heb.

Lees verder

Liefde in tijden van C. – Thuiswerken met Jack

Ik heb iets nodig uit het witte mapje dat naast mij op de tafel ligt. Jack zit op het witte mapje. Al een half uur. En hij wil er niet vanaf. Nu heb ik naast het witte mapje een blauw mapje gelegd. Hij trapt er niet in en blijft geduldig op het witte mapje zitten. Totdat ik het opgeef.

Lees verder

Liefde in tijden van C. – Broer

Ik ben freelance communicatieadviseur. Ik ben zzp’er. Zzp’ers hebben het moeilijk in deze tijd: als je een opdracht hebt, moet je zien deze te behouden en het vergaren van nieuwe opdrachten is lastig.

Ik: Broer, ik heb een nieuwe opdracht binnen en maar liefst tot het einde van dit jaar!

Broer: Ach, zo zie je dat de prostitutie helemaal zo gek nog niet is!

Ik: …

Broer: En met die 1,5 meter afstand tot je klanten is er werkelijk geen fuck aan!

Ridderverhaal

Ik had er alles aan gedaan om niet te gaan eten bij dat beroemde Italiaanse restaurant waar we eerder waren geweest. Ik had gezegd dat ik liever Chinees at, maar de rest van de familie had zin in Italiaans. Ik had gezegd dat ik geen lasagne lustte, toen zei mama dat ik wel pizza mocht bestellen. Ik had gezegd dat ik misselijk werd van tomaten, volgens papa kon je bij zo’n goed restaurant ook pizza zonder tomaten bestellen, dat heette pizza bianca. Kortom, ik had alles uit de kast gehaald. En toch zit ik nu hier. Bij restaurant Mama Angela. Pal naast het harnas. Ik mag Fanta drinken omdat we uit eten zijn. Maar ik was liever thuis gebleven. Lees verder

Sir William Gull

Dat er op een dag een verhaal over mij in de krant zou komen te staan was onvermijdelijk. Maar The Times van vandaag overtrof al mijn verwachtingen.

In een paginagroot artikel wordt mijn theorie over anorexia hysterica uitgelicht. Dat schept geen verbazing na mijn lezing over deze nieuwe ziekte gisteren in Buckingham Palace voor een groep vooraanstaande artsen. De opkomst was groot, maar dit was mijns inziens eerder aan de locatie van de lezing te danken dan aan de inhoud. Desalniettemin heeft de journalist van The Times er een mooi verhaal van gemaakt voor de leken die deze krant lezen. Het volk, de armen, het gepeupel, het uitschot wat nog geen nagels heeft om zijn kont te krabben, laat staan copieuze maaltijden te kunnen betalen en te lijden aan deze welvaartziekte voor rijke jongedames. Lees verder

Plaspauze

Gerard was de eerst die het zag:
‘Kijk, dat groene dak, dat moet het Ongi-klooster zijn.’

We reden nu al uren in die wiebelende bus door de Gobi Woestijn. We waren vanmorgen vertrokken nadat we het Mongolian National History Museum in Ulaanbaatar hadden bezocht. Professor Khan had ons het beroemde dinosaurusskelet laten zien en al onze vragen beantwoord over de conservatie, de vindplaats en de structuur van de botten. Nu waren we op weg naar Bayazag, de allereerste vindplaats van dinosauruseieren ter wereld. Lees verder