Alsof ik een kip verloor

Iedereen die mij ook maar een beetje kent, weet dat ik het minstens negen maanden per jaar koud heb. Pas boven de 30 graden kom ik tot leven. Daarom draag ik een dekbed: zo’n dikke, donzen jas waar ik bijna helemaal in verdwijn. Het is geen fashion statement, ik heb het gewoon koud.

Vorige week liep ik in mijn dekbed op straat. Langs een hekje in Amsterdam-Zuid stond een bakfiets geparkeerd. Ik liep er net te dicht langs. Iets scherps stak uit. En met een kort krasgeluid trok het een winkelhaak in mijn jas. De lichte ‘poef’ die daarop volgde veroorzaakte een explosie aan veren. De inhoud van mijn gehele jas dwarrelde als zachte sneeuw om mij heen. Het was alsof ik een kip verloor op straat.

Misschien was dit het teken dat ik een ‘volwassen’ jas moet gaan dragen. Ik heb er een in de kast hangen. Zo’n mooi wollen exemplaar in zachte grijstinten waarin je naar de bank gaat om een lening aan te vragen. Maar die is niet warm genoeg. Dus na een vroege rit op de fiets in een temperatuur van net onder nul, stond ik drie uur onder de hete douche om weer te ontdooien. Ik heb weer een nieuw dekbed besteld.