Tattoo

De tattoo is hipper dan ooit. Zelfs mijn minst hippe vrienden zitten al in de fase ‘ja, maar als ik dan toch een tattoo neem, dan wordt het een…’ , dan ben je volgens mij al redelijk dicht bij het echte plaatje.

In vroegere tijden had de matroos een ankertje op zijn biceps en de echte stoere zeebonk een driemaster op zijn harige mannenborst. In de gevangenis werden tranen op wangen getatoeëerd en vier puntjes tussen duimen en wijsvingers; voor elke muur een. Vrije mannen volgden met het woord ‘moeder’ en een rode roos daarbij. Daarna kwamen de tribals, Chinese tekens en andere onduidelijkheden en voor wie het op save wilde spelen; het sterrenbeeld.

Nu is het hek van de dam en zijn we alle schaamte voorbij. Op elk willekeurig lichaamsdeel worden nog willekeurigere plaatjes gezet. Hele landschappen, sterrenstelsels, boerderijdieren, my little ponies, voetbalelftallen en popidolen verfraaien de huid van gangsters tot freules.

Langzaamaan gaat iedereen over stag.

Behalve ik. Ik doe niet mee aan deze gekte.

Maar als ik dan toch een tattoo neem, dan wordt het, achter in mijn nek, net onder de haargrens, een wasvoorschrift: handwas, lauwwarm water, niet strijken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*