Oma’s

Ik had ooit twee oma’s. Het waren geen lieve, breiende, grijze dametjes. Mijn oma’s waren een geval apart en dat twee keer.

De ene oma zag er vanuit de verte wel uit als een dame; in een mantelpakje met bijpassende schoenen, tas en paraplu. Maar als je dichterbij kwam, zag je de gele vlek in haar gewatergolfde, grijze haar, net boven haar rechteroor. Volgens oma kwam op die plek het pigment terug. Volgens ons was het nicotineaanslag van de brandende sigaret die ze 24 uur per dag naast haar hoofd omhooghield. Oma zat de godganse dag in de stoel Zweedse doorlopers weg te strepen. Op doordeweekse dagen onderbrak ze het puzzelen voor het Rad van Fortuin en Goede Tijden Slechte Tijden. Ze sloeg geen dag over. Ook niet toen ik, na twee maanden in Zuid-Amerika geweest te zijn, bij mijn grootouders op bezoek ging:
‘Je weet toch dat ik naar Hans van der Togt kijk? Kom morgen terug, dan is het zaterdag.’
En Goede Tijden werd ook in slechte tijden niet overgeslagen, zelfs niet toen opa op sterven lag:
‘…, nu niet. Je wacht maar even tot Ludo terug is.’

De andere oma zag er uit als ma Flodder; gekleed in een te grote, zelf genaaide bloemetjesjurk en grove bruine veterschoenen met blokhak. In haar linnenkast vonden we ooit oma’s oma-onderbroeken, zonder kruis, die had ze eruit geknipt want dan broeide het minder. De echte puinhoop kwam pas aan het licht bij de verhuizing naar de bejaardenwoning. Oma had ooit een naaiatelier gehad en de restanten lagen door het hele huis, als een letterlijke lappendeken met hier en daar een kilo knopen. Onder de lappen kwam een grijze vloerbedekking tevoorschijn, die mijn moeder herkende uit haar jeugd. Na het stofzuigen bleek de vloerbedekking grasgroen. Een kleur die mijn moeder zich niet kon herinneren uit haar jeugd. Oma was al ruim voor mijn moeders jeugd gestopt met stofzuigen. Ook hamsterde ze mij onbekende etenswaar: Melba toast in een verpakking uit de jaren ’50, klontjes-slagroom met een houdbaarheidsdatum van ruim twee jaar eerder en groene koeken. Groene koeken? Ja, groene koeken. Oorspronkelijk waren het roze koeken, maar als je deze maar lang genoeg bewaart, worden ze vanzelf groen.
Mijn tante wist haar moeder heel goed in één zin samen te vatten:
‘Het is een bijzonder mens, maar wij hebben haar.’