Aaf en ik

Op de universiteit las ik in studentenblad Folia de eetrubriek van Aaf Brandt Corstius. En als ik niet zelf met stapels borden en glazen van tafel naar tafel ploeterde, ging ik uit eten in de door haar aangeraden hippe daghap-studentententjes.

In 2006 schreef zij de zin; “Eerst zie ik de diamant in zijn oor binnenkomen en daarna volgt al snel Patrick Kluivert zelf.” Die zin had ik willen bedenken en ik was om, sindsdien lees ik elke week haar columns. De aantrekkingskracht van haar stukjes zitten ‘m in de zeer herkenbare onderwerpen. Aaf en ik, wij kennen elkaar niet persoonlijk maar het voelt goed om ‘Aaf en ik’ te zeggen, zitten in dezelfde levensfase maar zij is net ietsje ouder dan ik en loopt daardoor op mij voor. En dat leest prettig. Haar columns zijn mijn blik op de toekomst. Ook ik had een Meneertje en af en toe een leenkind en ook ik nam een kat en bezocht de Drie Dwaze Dagen van De Bijenkorf en kocht daar een heren overhemd van het merk Alveare. En ook ik trek af en toe tijdelijk bij mijn kapper in voor die ene rare lok en twijfel aan de laatste mode en andere praktische zaken. In het jaar dat ik 30 werd kreeg ik van vijf vrienden het boek ‘Het jaar dat ik 30 werd’. Zij is mijn kijkje in de toekomst: Aaf is mijn glazen bol. Mijn toekomst is al bepaald. Voor mijn volgende verjaardag in januari krijg ik van minstens één vriend ‘Eindelijk 40’, over drie jaar ga ik trouwen en heb ik een kind van 8 en een kind van 6 en woon ik in Watergraafsmeer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*