Familiewoordenboek

Mijn familie is creatief met taal. Zowel mijn moeder, mijn broer, mijn tante als ikzelf verzinnen regelmatig nieuwe woorden, die we vervolgens te pas en te onpas gebruiken. Andere familieleden en vrienden begrijpen ons soms niet helemaal.

Ik heb een familiewoordenboek gemaakt, met verschillende categorieën, waarin ik de betekenis van onze meest gebruikte woorden uit de doeken doe.

Eten en drinken:
Groenten voor de hele week = wokgroenten
Kippenprut = kipstukjes om te roerbakken
Fredzethee = Zonnatura oplosthee 20 kruiden (is ons ooit aanbevolen door Fred)

Bekende mensen:
Lulleke = Willeke Alberti
Rutzekut = Ruth Jacott
Dikke Baas = Lange Frans (vriend van Baas B)
Barendenvandorp = Frits Barend en Henk van Dorp in 1 woord samengevat

Spreekwoorden en gezegden:
Je hebt mensen en je hebt fietsbellen = een heel dom persoon
Je hebt God, Boeddha en ABBA = handig als je iets wilt vertellen over de verschillende religies
Wie de tak over de hemel gooit, krijgt de boom op zijn kop = dit spreekwoord heeft geen specifieke betekenis en kun je dus in werkelijk elke situatie gebruiken
Binnen en floep en een zucht = Binnen een poep en een zucht, netjes verwoord

Overig:
Hondenpikkie = lipstick
Stok erin een zwabberen maar = kleine hond met veel haar
Benenwinkel = winkel waar wij onze panty’s, sokken en kousen kopen
Lelijke sufferd = echt het ergste scheldwoord wat je voor iemand kan bedenken….
Hij reed vroeger wiel = ex-wielrenner
Melkboerenhondenhaar = onbestemde haarkleur
Schietgeweer = pistool

Wat zijn typische woorden in jouw familie?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*