Het was toch nog…

Mijn vader woont op de hoek van de straat of, zoals hij zelf zegt, ‘bij mijn op de hoek’. Elke avond rond kwart voor vijf komt hij bij ons langs om te eten. Dat eten gaat snel. Het eten hoeft, inclusief bakje vla, niet langer dan 10 minuten te duren. Daarna gaat hij terug naar zijn hoek. Naar ‘de jongens’. Vroeger werkten er alleen jongens op de hoek, al zeker 25 jaar werken er ook meisjes, maar toch duidt hij ze aan als ‘de jongens’. Tijdens het eten luistert hij met een half oor naar wat wij die dag hebben meegemaakt en doet hij zelf halve mededelingen over wat er die dag op de hoek plaats heeft gevonden:

‘De brandweer was er ook nog vanmiddag’, zegt papa.
‘Was er brand dan?’, vragen wij verschrikt en een beetje hopend op een spannend verhaal. We hadden er namelijk niets van gemerkt, geen uitslaande vlammen of rookkolommen en geen sirenes.
‘Nee die komen elk jaar voor de controle’, zegt hij terwijl hij zijn aardappel prakt en mengt met mayonaise.

’s Avonds laat, als wij al op bed liggen en mama nog wakker is, komt hij thuis. Pakt een ‘bietje’ uit de koelkast en zakt weg in zijn stoel. Nova, Barendenvandorp, Pauwenwitteman of Humberto onder de knop in zijn linkerhand. Dan komt de mededeling van de dag:
‘Het was toch nog…,’ en dan volgt een getal.
Dat getal slaat op het aantal emmers beslag. Papa telt geen omzet maar emmers beslag. Dat getal wordt voorafgegaan door de historische woorden ‘het was toch nog’, alsof het hem is meegevallen. Elke dag opnieuw. Als het de hele dag heeft geregend en er een weeralarm is afgegeven, als de zon scheen, al was het de drukste dag ooit en zijn er nog nooit zo veel pannenkoeken op een dag verkocht dan toch begint papa zijn zin met: ‘het was toch nog…’.

Mijn vader werkt bij de Vuursche Boer, met alle ups en downs ‘was het vandaag toch nog 50 jaar’.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*