Waakzwijn

Anna is mijn waakzwijn. Zelf denkt ze dat ze mijn beste vriendin is. Ze maakt deel uit van mijn vriendengroep. We kennen elkaar sinds de middelbare school, zijn allemaal tegelijk gaan studeren en bespreken nu wekelijks de eerste banen, liefdes, break-ups en baby’s op het terras van café Thijssen in de Jordaan.

Bij Anna is het altijd net niet. Ze heeft net niet de juiste kleren (ze draagt een skinny jeans als de boyfriend in is), net niet het juiste figuur (voor een skinny jeans), net niet de juiste studie gevolgd, met als gevolg net niet de juiste baan en daardoor net niet het juiste salaris en net niet dat leuke huis in de populaire buurt van Amsterdam. Desondanks heeft Anna een belangrijke taak binnen onze vriendengroep. Het waakzwijn zorgt ervoor dat de knappe vriendinnetjes niet met de verkeerde mannen mee naar huis gaan.

Zo is Roderick, de aantrekkelijke tandarts, door Anna op zijn plek gezet omdat hij ook in de weekenden menig gaatje zou vullen. Allard, de accountant met blonde krullen, blauwe ogen en soepele heupen was volgens Anna ook heel soepel met de boekhouding. En onze Anna kwam er al na twee biertjes achter dat de knappe Cas, ook wel casanova genoemd, er een hele kudde van vriendinnetjes op nahield. Ik hoef maar naar een aantrekkelijke man te kijken en zij is er binnen no time achter wat hij op z’n kerfstok heeft. Ook de eerste tekenen van kaalheid, een potentiele bierbuik en hoog opgetrokken witte sportsokken worden er door Anna altijd feilloos uitgepikt. Zo behoedt het waakzwijn mij elke weekend weer voor de grootste fout van mijn leven.

Tot vorige week.

Het was gezellig druk op het terras bij Thijssen. Ik zat, iets onderuit gezakt, op de houten bank tegen de gevel van het café. De laatste zonnestralen prikten aangenaam op mijn huid. Naast mij zaten Anne en Lisanne, ook tegen de gevel aangeleund, beide met hun ogen gesloten achter een te grote zonnebril. Op tafel stonden drie glazen rosé en een aangebroken borrelplank. Lisanne en ik hadden deze vrijdagmiddag vrij genomen; de herfst was in aantocht en dit soort warme namiddagen waren zeldzaam. Anna was altijd vrij op donderdag en vrijdag. En dinsdag eigenlijk ook. Onze ogenschijnlijke rust werd ruw verstoord toen Joost en Thomas met veel bombarie het terras op kwamen. Ze ploften bij ons tafeltje neer en riepen iets te luid om bier en bitterballen naar de blonde serveerster. Gelukkig kende zij de mannen al een tijdje.

Joost wappert al snel met een stapel theatertickets: cabaret in theater de Nes, van een klant gekregen. Zes kaartjes. Lisanne besluit meteen haar  nieuwe vriendje te bellen. Anna kijkt haar vernietigend aan.

Theater de Nes is een klein theater in het toeristisch centrum waar voornamelijk cabaretvoorstellingen worden gehouden. De zaal is klein. De achterkant van de theaterzaal loopt in tribuneopstelling schuin omhoog. Naast het podium bevindt zich de bar. Aan het einde van de avond mengt het publiek zich hier met de artiesten.

Na de voorstelling stond ik met Thomas, Joost en Lisanne na te praten. Anna was het gesprek aangegaan met Geert-Jan, de soon to be ex van Lisanne. Ik stond met mijn rug tegen de bar met in mijn hand een glas witte wijn. Ondertussen werden de laatste rekwisieten van het podium verwijderd. De zaal stroomde langzaam leeg. Een nonchalante bos krullen baande zich tegen de stroom in naar binnen. Ik zette mijn glas neer en liep resoluut naar het toilet.

Hij stond als een trekpop, armen en benen wijd, zijn handen tegen de muren. Ik stond geplakt aan de grond en zag dat er geen mogelijkheid was hem te passeren. Als een bang roofdier sloop ik voetje voor voetje op hem toe. Tot ik hem kon ruiken. Sigaretten. Geen drank, dat was in zijn geval een goed teken. Hij trok zijn linkerhand los van de muur en zetten hem over mij heen op de rechtermuur. Ik zat vast. Ik keek recht in zijn lachende groengrijze ogen, lange wimpers. Zijn neus tegen de mijne. Zijn lippen tegen de mijne.

Na een paar minuten liet hij mij gaan. Ik liep door de klapdeuren de zaal in. Ik pakte mijn witte wijn van de bar en bestudeerde de houtnerven. Achter mij kwam het roddelcircuit op gang, zo begreep ik dat hij ook in de zaal was.

‘Is dat niet…?’

‘Hij zat toch op Bali?’

‘In de cel.’

‘Nee, in een afkickkliniek.’

‘Was het nou drank of drugs?’

‘Vrouwenmishandeling en drank.’

Ik voelde een arm om mij heen en zijn krullen tegen mijn slaap. ‘Barman: een spa rood voor mij, een witte wijn voor Alexandra en een portie kaasstengels.’

De ogen van het waakzwijn prikten in mijn rug.