Korte bal? Rechtdoor!

Tijdens mijn leven heb ik heel wat leraren gehad. Elke leraar is uniek. Zo kun je de gymjuf, die de start van elk spel aankondigt met ‘Klaarrrrrrrrrrr…., spelen!’, niet vergelijken met de docente Spaans die een stel pubers kan verleiden tot een spelletje bingo. Iedere leraar heeft zijn of haar eigen manier om mensen iets bij te brengen. En het werkt, want ik heb inmiddels verschillende diploma’s op zak.

Leraren kun je verdelen in twee groepen. De eerste groep zijn docenten die weerstand oproepen. Ze worden niet geloofd en leerlingen doen nog liever het tegenovergestelde dan wat er van hen gevraagd wordt. Dit heeft tot gevolg dat ik na vier jaar les nog steeds geen Duits spreek. De tweede groep, bestaat uit mensen van wie je klakkeloos iets aanneemt. Zij kunnen je werkelijk alles wijsmaken. Zo dartelde ik geheel vrijwillig als bosbes over het toneel omdat die lieve balletjuf dat van mij verlangde.

Fred behoort tot de laatst categorie. Fred was mijn eerste tennisleraar. Hij was klein, bollig en leek op Andre Agassi. Alles wat hij zei, slurpte ik op als kennis. Na Fred hebben verschillende tennisleraren mij geprobeerd het spelletje bij te brengen. De een hamerde op techniek, de volgende op spelinzicht, weer een derde wilde mijn conditie verbeteren. Van elke tennisleraar leerde ik wel iets. Maar vaak met twijfel en tegenstand. Is alleen terugslaan echt voldoende om een wedstrijd te winnen? En hoeveel beter is een enkelhandige volley dan een dubbelhandige?

Alleen van Fred nam ik alles klakkeloos aan. Hij zei hoe het moest. Geen discussie. Het werkte altijd.
Van Fred leerde ik life hacks op tennisgebied. Korte bal? Rechtdoor!